17-06-2010. Het is warm, als ik tussen de middag het gebouw van Gasunie verlaat. Zittend op de leenfiets, die het bedrijf voorradig heeft, bedenk ik dat ik al talloze malen langs mijn huidige bestemming heb gefietst. Zonder te weten dat het nog eens mijn bestemming zou zijn. Maar zo kun je verwonderd raken over alles.

6a0133efa31b64970b013482cfbfff970c-800wiEven later sta ik op de Picardthof en bel ik Pierre Carrière, de schrijver die zo vriendelijk is mij te ontvangen in Het Tuinhuis, de plek waar hij zo met verve over schreef in zijn boek Spaak. Hij is in gesprek. Ik kijk loom in het rond. Ik zie de schelpenpaadjes die in het boek beschreven worden. Een vrouw met een volle kruiwagen onduidelijk materiaal loopt traag en knarsend langs mij. In de verte zoemt een mug.

Het colbert dat ik aan heb zit opeens hinderlijk. Ik trek het uit en stroop de mouwen van mijn overhemd op.

Ik ben geïntrigeerd door Pierre en zijn boek. Het boek lezend heb ik namelijk zoveel herkend uit twee moeilijke periodes in mijn eigen leven dat ik delen ervan zelf had kunnen schrijven. Niet zo goed natuurlijk, maar qua inhoud hetzelfde.

En die herkenning heeft me geraakt, hard soms zelfs. Aan de andere kant is die herkenning ook opbeurend, omdat je leest dat je niet de enige bent die door moeilijke periodes gaat. En je kan leren door te lezen hoe iemand anders over moeilijkheden heen raakt. Ik heb ook de neiging constant mensen op het boek te attenderen. Lees het nou, het hielp mij ook. Zoiets.

Het hangt er wel een beetje af van hoe iemand schrijft natuurlijk. Maar open en eerlijk schrijven, zonder belerende en opsommende lesstof is Pierre wel toevertrouwd. Een managementboek in romanvorm, een bijzonder gat in de markt volgens mij.

Ik bel nog eens en hij neemt op. Ik blijk verkeerd te staan, zo vertelt hij me. Zijn nieuwe tuinhuis staat wat verderop. Snel flitst even het einde van het boek door mijn hoofd. Het is zó sterk autobiografisch dat fietsen op de Picardthof een déjà vu lijkt. Dat ‘verderop’ had ik niet meegekregen, maar goed, ik heb het pas een keer gelezen.

Pierre staat mij al op te wachten. Ik had hem al kort ontmoet bij de boeklancering van Spaak en na een vriendelijk weerzien betreed ik zijn domein. Goed, het huis is inmiddels een ander dan waar het grootste deel van het boek over gaat, maar de sfeer heeft hij prachtig neergezet. De rust die er van uit gaat slaat als een warme deken om mij heen en ik ben gelijk op mijn gemak.

Pierre leidt me door het huis. Een bijzondere rondleiding, aangezien in de slaapkamer foto’s hangen die een prominente rol spelen in zijn eerste boek Bermspinsels. De allereerste foto’s die hij maakte tijdens zijn vele fietstochten in zijn burn-out periode. Dat geeft die foto’s cachet, vind ik.

Op de veranda drinken we koffie. En we praten over het boek. Pierre vertelt veel. Hij legt bijvoorbeeld het verschil uit tussen burn-out en bore-out. De grenzen die je overschrijdt bij een burn-out en juist mijdt bij een bore-out. Ik herken die uitleg.

1001004007801576

Ik bespeur ook de kennis en de passie die Pierre in het boek heeft gelegd. Mooi is dat. De leringen die hij uit zijn burn-out heeft gehaald, hoe hij eigenlijk die hele vervelende situatie heeft omgebogen naar goede dingen. Dat zo’n periode uiteindelijk heel wat oplevert. Een tuinhuis, een boek, relaties, zelfinzicht, groei, meer vrijheid.

Eens te meer wordt duidelijk dat Spaak een boek is dat uit het hart geschreven is. En dat maakt het bijzonder. Het is ook een bijzondere gewaarwording dat je als lezer een boek leest en even later naast de schrijver zit en merkt dat het ook echt gebeurd is, dat de emoties die in het boek staan ook echt bij een persoon horen.

Pierre redt tussen de verhalen door een kevertje uit een spinnenweb. Een man met liefde voor de natuur. We praten verder over onze kinderen, ons gezin, onze ouders, ons werk.

De tijd vliegt en het is zomaar kwart voor twee. Plichten roepen. Ik vertrek node. Als ik wegfiets heb ik een beetje het surrealistische gevoel uit het boek weg te fietsen. Binnenkort maar even weer met beide benen op de grond staan en een biertje drinken met Pierre. Surrealistisch bier ken ik niet namelijk.

 


pierrecarriere‘Na een studie Economie (Marketing) aan de RUG, begon ik in 1994 als junior copywriter bij het reclamebureau van Jan Heida. Hij leerde mij het vak. Samen maakten we Zwolle onveilig met Men at Work; met creatief werk dat ‘de randen opzocht’.Na drie jaar vertrok ik met art director Barry Kok naar La Compagnie. Daar werkte ik voor grotere klanten als Univé, KPN en Essent. Voor een Pioneer-campagne kregen we een SAN-nominatie. Maar steeds vaker kwam bij mij het besef dat het anders kon en moest in de reclame. Collega’s Perry ten Hoor en Barry Kok dachten er net zo over. Na ruim vier jaar La Compagnie namen we met z’n drieën de stap: we begonnen op 1 januari 2002 ons eigen bureau.We noemden het Open, naar het openstellen van het creatieve proces voor klanten, en begonnen in de Puddingfabriek. We hadden een vliegende start. Binnen een half jaar wonnen we twee belangrijke pitches: Er gaat niets boven Groningen (we maakten het logo met de oranje G) en Royalty Vodka van Hooghoudt. We groeiden gestaag en kochten in 2006 de onderverdieping van Pakhuis Engeland aan de Groningse Noorderhaven. In juni 2008, na ruim 6 jaar Open en 14 jaar elke-dag-reclame-maken, was het tijd voor een nieuwe afslag. Helemaal alleen, minder reclame en meer andere leuke dingen. Meer afwisseling, minder sleur. Ik nam afscheid van Open met twee prijzen: een bronzen Effie (Groningen-campagne) en een NIMA-Award (campagne voor Drenthe). In 2007 maakte ik mijn eerste boek Bermspinsels. Sinds 21 mei 2010 is mijn tweede boek ‘Spaak’ uit: een autobiografische roman over een heftige periode in mijn leven. Daarnaast werk ik als freelancer op het gebied van concept & copy, coach ik jonge ondernemers en creatieven en schrijf ik columns voor Knooppunt Groningen en Stadslichten. Mijn werkplek is een tuinhuis in het Stadspark, waar creativiteit als vanzelf lijkt op te borrelen.’

http://www.pierrecarriere.nl