Professionele emoties

Jaren geleden deed een ingrijpende levensgebeurtenis mij tot tweemaal toe in huilen uitbarsten op de werkvloer. Een enkeling begreep dat. De meeste mensen keken mij echter bevreemd aan, ze waren ontgoocheld en geshockeerd. Ik droeg het imago van hystericus nog enige tijd met me mee. Emoties zijn namelijk ongemakkelijk, zeker de als negatief te boek staande. Maar belangrijker nog: emoties zijn niet professioneel.

Zeker niet in ons calvinistisch land. Van oudsher zijn we gewend twee levens te leiden immers. Als we thuis zijn winden we een scheur in de bank of tieren hevig tegen vrouw en kinderen. In tekstberichten gooien we elkaar het liefst dood met emoticons.

Maar op het werk spelen we onze rol en zijn we keurig. Strak in de kleding met een dito gelaat doen we onze taken. Als we tóch kwaad worden, omdat ons een oor wordt aangenaaid door klant, collega of chef, dan haast iedereen zich dat niet professioneel te noemen en staan mensen op om even de emotie eruit te halen, om de situatie zakelijk te benaderen.

image

Vreemd. Geen situatie die bedacht lijkt door warme mensen wier gevoelens gewoon te duiden zijn. Het komt over als een laboratorium-opstelling, waarin mensen louter taken uitvoeren zonder daarbij emotioneel betrokken te raken. Een vreemd uitgangspunt als we willen praten over mensenwerk, human capital en de mens staat bij ons voorop.

Historisch bezien valt het wellicht te verklaren. Ten tijde van de industriële revolutie ontstond het werk aan de lopende band. We bedachten dat mensen goed moesten opletten en hun enige deeltaak moesten uitvoeren, goed in de gaten gehouden door een streng sturende leider. Hapering aan de band betekende immers hapering van het hele proces.

Gelukkig doen de meesten van ons ander werk en wordt eentonig werk veelal gelukkig toch beter gestuurd dan weleer. Toch bouwen mannen in dure pakken met veel te hoge salarissen voort op het aloude concept. Mensen zijn in dienst van de baas of het bedrijf en doen hun taken. Modernisering bracht veel meer focus op de werknemers, maar er is een hele groep bestuurders die ‘deep-down’ dat maar lastig vindt en het kop-dicht-en-werken beter vindt aansluiten bij het behalen van bedrijsdoelstellingen, targets en bonussen.

Het creëert een sfeer waarin we zó afgestompt raken op het werk dat we ons generen voor het uiten van al te veel emoties en we onze excuses ook nog aanbieden als we over onze eigen schreef gaan. Zekerheid, trots en enthousiasme met de bijbehorende emoties worden nog wel gewaardeerd, mits niet té uitbundig gepresenteerd. Negatieve emoties maken ons een ongeleid projectiel of een hysterisch varken. Basis voor tegennatuurlijk gedrag, mét consequenties.

lb21

Want na een hele dag toneelspelen op het werk zijn we thuis toch aardig vervelend en humeurig. Het aardige aan emoties is namelijk dat ze vroeg of laat toch geuit móeten worden. In het laboratorium zelf voeren we verbeten grensgevechten voor taken en verantwoordelijkheden. We beoordelen elkaar op basis van ‘professionaliteit;’ de mate waarin we op elk niveau in staat zijn ons masker te dragen, een kunstje waar heel vroeger een indianenstam als Sioux-Oglala uitermate bedreven in was; de mensen die zichzelf het beste in de hand hielden werden chief. Emotiecontrole als criterium voor adaptatie. Geen voedingsbodem voor geëngageerd teamwerk en de topprestaties die nodig zijn.

Werken doen we middenin de maatschappij met echte mensen uit die maatschappij. Het onderdrukken van emoties ‘professioneel’ noemen lijkt niet meer van deze tijd. Hoewel dit geen pleidooi is voor primair gedrag, waarbij we elkaar verrot scheldend de kop inslaan op de werkvloer, lijkt het toch slimmer meer één leven te leiden. Mensen die zichzelf zijn en gewoon hun menselijke emoties kunnen tonen zitten beter in hun vel en werken dus ook beter. Het vereist meer empathie van leidinggevenden en collega’s. Goed contact met elkaar stimuleert de goede emoties immers, en voorkomt veel negatieve. Win-win.