Veel mensen spreken schande. Op de televisie worden misdaden vertoond. De politie heeft alleen aandacht voor lichte overtredingen, terwijl roofovervallers er straffeloos vandoor gaan. In het bejaardentehuis ligt een opoe twee dagen op een bewaterd matras. Verzekeraars verdienen miljoenen terwijl mensen bij de apotheek klagen omdat bijwerkingen van vervangende en goedkopere medicijnen vreselijk zijn. Op school heeft groep twee dit jaar al vier keer een andere juf voor de klas gehad. Twee juffen zitten steeds ziek thuis. De kinderen worden er onrustig van en willen liever niet meer naar school.

Zomaar een aantal voorbeelden van beroepen waar een ouderwets begrip als roeping een sleutelrol speelt. Roeping is motivatie. Gemotiveerd zijn om iemand te verzorgen, iets bij te brengen of veiligheid te bieden. Als het dan lukt ervaar je trots en tevredenheid. Als werkgever probeer je je werknemers op twee manieren te motiveren; door een goed salaris te bieden (extrinsieke motivatie) en de werkomstandigheden zo in te richten dat de roeping uitgevoerd kan worden (intrinsieke motivatie).

Vooral met die intrinsieke motivatie dreigt het mis te gaan. Verregaande bezuinigingen, reorganisaties en toegenomen commerciële belangen leiden ertoe dat de arbeidsomstandigheden voor mensen met roeping achteruit hollen. Recent komen daar dreigende massaontslagen bij. Een hoop gemotiveerde mensen haakt gedesillusioneerd af. Soms nemen nieuwe mensen, zonder die roeping, hun plaats in. Ideeën om werklozen bejaarden te laten wassen zullen uitlopen op excessen omdat die wezenlijke betrokkenheid ontbreekt door het verplichte karakter. Angst voor het verlies van de baan zet weliswaar aan tot proberen goed te werken, maar levert ook niet de betrokkenheid die noodzakelijk is.

Eigenlijk geldt dit voor alle beroepen. Misschien is bij de timmerman, die in alle haast zichzelf op de duim slaat, geen sprake van een gebrek aan roeping, hoewel de man ook zijn trots in zijn arbeid heeft. Maar de vermoeide buschauffeur, piloot of machinist, die een ongeluk met talloze doden veroorzaakt, wordt veroordeeld. Misschien ook geen sprake van roeping, maar zeker is er sprake van verantwoordelijkheid. Ook die extra verantwoordelijkheden nemen voor het verzorgen, het leren of veiligheid verlenen vergt iets van mensen.

Dat beetje extra levert op zichzelf, van binnen uit, al extra werkdruk. Door onvrede en negatieve publiciteit en publieke opinie, waar we mee begonnen net, wordt de druk op het werk bij de beklaagden alleen maar groter. Door het toenemende aantal minder gemotiveerde mensen worden nog meer fouten gemaakt. Ziekenhuizen en huisartsen moeten targets halen om mee te dingen bij de verzekeraars. Zorginstellingen krijgen geen geld meer. De politie heeft minder mensen op straat. Mensen die ons veilig moeten vervoeren staan onder tijdsdruk. Het onderwijs was al uitgemolken.

Ruimte voor bezuinigingen en het verhogen van werkdruk is er niet meer. Mensen kunnen het niet meer aan, maken fouten of draaien door of loepen weg. We verwachten heel veel van mensen maar scheppen geen omstandigheden die ze laten excelleren. Dat maakt de verwachting misplaatst. Mochten iemand zich al verantwoordelijk voelen voor het werk of de mensen die ermee te maken hebben, dan is dat allang wegbezuinigd. Het uitknijpen van mensen die werken voor ons allemaal raakt de maatschappij in haar hart.