Scheiden doet vechten. Mary Sarvaes bezong in dagen van weleer, met een traan in de stem, dat ‘scheiden doet lijden.’ Tegenwoordig komt alle opgekropte frustatie van twee te grote ego’s, die blijkbaar behoorlijk afgeknepen werden in een relatie, bij het uiteengaan tot een martiale explosie.

We lijden niet meer zozeer. We gaan vechten. De partijen bestrijden elkaar met schier alle mogelijke middelen. Hoofdmiddel is echter de onbeschaamde inzet van de geproduceerde kinderen. Globaal bezien houden beide partners zielsveel van de kinderen, hetgeen een goede motivatie geeft er hard in te gaan.

Primair gaat het hierbij om de te besteden tijd met het kind, waarbij zowel vader als moeder zichzelf zoveel mogelijk omgang toedichten en omgang met de voormalig partner als uitermate destructief wordt gekenschetst. Desgevraagd is dit steevast ‘in het belang van het kind,’ inmiddels ’s lands meest betwistbare containerbegrip.

Buren, vrienden, scholen en wijk- en dorpsgenoten worden onbeheerst ingezet ter onderstreping van het eigen gelijk, hiermee een acuut schisma klievend in de tot dan toe gemeenschappelijke sociale kringen. De boodschappen die worden uitgezonden zijn niet mis. Verkrachting, misbruik en lichamelijk en psychisch geweld richting partner en kinderen zijn zó orde van de dag dat de werkelijk schrijnende gevallen hierdoor dreigen onder te sneeuwen.

We zijn overigens al zó lang bezig met vechtscheidingen dat alle partijen die hiermee te maken hebben ook op dit gevecht zijn ingericht en er hun schepje bovenop gooien om de randjes wat aan te scherpen. Allerlei instanties die formeel zich moeten richten op het welzijn van kinderen mengen zich in het gevecht. Weinig advocaten blijken in staat te zijn boven de materie te staan in het werkelijke belang van de kleine onmondigen.

Een tweede drijfveer tot bittere strijd is van meer materiële aard. De verdeling van het leuk bijeengespaarde huis, met alles dat erin staat, en de verdeling van het keiharde banksaldo.

Dat de theepot van tante Mies eigenlijk bij vader hoort, maar omdat moeder er een emotionele binding mee heeft omdat ze er elke middag thee uit dronk met haar inmiddels overleden moeder, is misschien een discussie waard over wie het ding in het keukenkastje mag plaatsen. Verdeling van harde euro’s is echter mondiaal van oudsher een bron van ruzie, en erger. We bezitten graag en gaan er desnoods voor ten onder.

Toegegeven, ik heb zelf mijn sporen verdiend op het echtscheidingsvlak. Maar het zien van bleek weggetrokken kinderen, met een schichtige blik in de ogen en een evenzo snel weggetrokken eetlust als de onverwachte clusterbom die de hele veilige wereld in een klap deed wegvagen, maakt me boos.

Boos op de opgeklopte ego’s, wier bezitdrang grenzeloos is. Mensen die het niet kunnen velen dat kinderen het vermogen hebben om van meer dan één, exclusieve, alleomvattende, briljante, beste-van-de-wereld, slechts-ik-weet-het-beste-voor-mijn-kind ouder te houden. Vuistdikke rechtbankdossiers houden we vol dat we de enige ware zijn, voorbijgaand aan de kinderlijke loyaliteit voor béide ouders.

De goeien daargelaten, je hoort het te vaak. Vechten om kinderen met egocentrische voorwendselen is laf. Een kind is niet mondig. Een kind lijdt wel, daar heeft het Mary Servaes niet voor nodig. Wat een kind al heeft is 46 paar chromosomen, opgebouwd uit DNA. De helft van vader en de helft van moeder. Onlosmakelijk. Zo’n kind voelt dat. Waarom een volwassene niet?

Wordt eens volwassen. Maar misschien dus juist niet, denk als een kind.