Wat waren het mooie verhalen tijdens de familieverjaardagen. Zitten in de kring en ongebreideld vertellen over het werk. Niet zonder trots, maar ook met ongezouten kritiek op de baas. Eigen functies werden tot grote hoogte gefantaseerd.

kringNu plaatsen we die verhalen online. In blogs of via oneliners op Twitter, LinkedIn of Facebook. Waar eventuele imagoschade voor het bedrijf vroeger beperkt bleef tot het feestje van oom Cor en misschien een lichte vorm van negatieve reclame van mond tot mond, tegenwoordig wordt er een miljoenenpubliek aangeboord door de werknemer, die daarmee een zekere macht heeft verworven.

Dat maakt bedrijven nerveus. Blijkbaar is er angst dat de troepen negatief naar buiten zullen treden. Daarom willen organisaties graag bepalen wat de medewerker in de buitenwereld zegt over het bedrijf; ze doen aan imagomanagement.

Naast het imago van de organisatie zelf lijkt het individuele imago dat de medewerker uitstraalt echter ook van belang. Al te extreme meningen van medewerkers zie je liever niet in de publiciteit. Als je een zeer sterke politieke mening naar buiten brengt via Twitter en lezers zoeken je naam op via LinkedIn, zien ze al gauw waar je werkt en wordt de koppeling tussen de mening van de werknemer en het bedrijf waarschijnlijk toch gemaakt.

De moeilijkheid is hoever je kunt gaan als bedrijf en waar de grenzen van vrije meningsuiting in zicht komen. Privé-uitlatingen van medewerkers willen controleren lijkt nu nog een stap te ver. Aan de andere kant zal onduidelijk blijven in hoeverre kritische noten het carrièrepad van een medewerker uiteindelijk zullen schaden.

Er is wel enige jurisprudentie aangaande publiekelijk negatieve uitlatingen door werknemers over bedrijven. Er mag loyaliteit en confirmatie aan de gedragscode van de medewerkers worden verwacht. Daar tegenover staat dat werknemers kritisch mogen zijn en werkgevers tegen een stootje moeten kunnen.

Zo kom je al snel op fatsoensnormen en redelijkheid. Ernstige uitlatingen, ongepast gedrag, grove misstanden en het effect van welk medium er gebruikt wordt tellen mee in uitspraken van rechters.

echtscheidingMaar moet je het zover laten komen? De relatie tussen werkgevers en werknemers is van cruciaal belang in uitingen naar buiten toe. Een goede relatie behoeft in principe geen maatregelen. Pas ná echtscheidingen zie je weinig flatteuze foto’s van ex-partners verschijnen op internet, van te voren spreek je niet af welke foto’s je wel en niet mag publiceren. Maar werkgevers doen vaak of er al sprake is van een lopende echtscheiding. Zo ontstaan er veel Social Media richtlijnen en sancties ter voorkoming van ongewenste publicaties.

Dit is natuurlijk mosterd na de maaltijd. Beter is het te investeren in de relatie, opdat die goed blijft, met vertrouwen en wederzijds respect en zelf donders goed weten wat wel en wat niet gepubliceerd kan worden. Je kunt eventueel medewerkers leren hoe ze op een positieve en enthousiaste manier Social Media kunnen gebruiken en mensen wijzen op hun verantwoordelijkheid, de openbaarheid en onuitwisbaarheid van informatie en de kwetsbaarheid van een imago.

Investeren in de relatie lijkt beter te werken dan een traktaat met de 10 geboden van (Social) Media. Het zit hem niet in die Social Media of wat voor media dan ook, het zit hem in de onderlinge band. Onvrede en negatieve gevoelens zijn er altijd. Zorg dat je weet wat er leeft onder de medewerkers en dat ze een intern kanaal hebben om hun gevoelens te uiten.

En tot slot: sullig controleren wat je medewerkers zeggen in de buitenwereld is niet meer van deze tijd. Gebruik dezelfde media als je werknemers, een website alleen is allang niet genoeg meer. Mensen kijken wat er over een organisatie wordt gezegd op internet. Employer Branding is erg belangrijk geworden. Luister mee en reageer op Social Media, pas Webcare toe om klachten op te pikken of je dienstverlening te verbeteren. Naast tevreden medewerkers dragen ook Social Media bij aan een goed imago van het bedrijf.

 
Gepubliceerd op managementsite.nl op 28-05-2011 en in het Dagblad van het Noorden op 03-06-2011
 
Naschrift

02-2015. Ik postte via social media een bericht over een grote bankinstelling. Een bericht met een stevige mening, waardoor ik veel hits van die instelling op mijn LinkedIn profiel kreeg. Nu bleek de instelling ook een klant van het bedrijf waar ik werkte. Ik vond dat vervelend en realiseerde me dat zelfs een mening over een klánt van het bedrijf waar je werkt dus kan negatief uitpakken. Indirect zet je je eigen bedrijf in een kwaad daglicht bij de klant omdat jij er een vertegenwoordiger van je bedrijf bent. Daarmee worden uitlatingen over wat voor bedrijf, instelling of overheidsorgaan uiterst lastig. Censuur door een werkkring lijkt op deze manier dichtbij, ergens is alles en iedereen immers met elkaar verbonden en kan elke uitlating wel ergens negatief worden uitgelegd. Formeel zijn een individu en werkgever (of klant) gescheiden entiteiten, verbonden door een arbeids- of inzetcontract. Uitlatingen zijn derhalve slechts van een persoon, behalve voor hen die een formele communicatiefunctie bekleden. In praktijk lijkt dit behoorlijk ingewikkelder te liggen en zijn werkgevers zelfs gemachtigd privé-informatie te verzamelen, waarbij imago een belangrijke rol speelt. Dat verzamelen wordt helemaal makkelijk als er een apparaat van de werkgever wordt gebruikt. ‘Social’ wordt zo wel een betrekkelijk begrip.
GJ