Soevereiniteit. Verleden tijd.

29-06-2012. Soevereiniteit. Politici hebben de monden gevuld met dit containerbegrip, gezien de ontwikkelingen binnen Europa. Het lijkt er zelfs op dat ‘Europa’ een hoofdbestanddeel voor de komende verkiezingen gaat worden. Tegenstanders van Europa refereren daarbij aan gevoelens bij de bevolking dat Nederland de zeggenschap over het eigen land kwijtraakt. En dát ligt gevoelig in dit land, met een inmiddels sterk ontwikkeld nationaliteitsgevoel.

Het is overigens wel verwarrend wat de gewenste soevereiniteit nu eigenlijk inhoudt. Zelfbeschikkingsrecht willen de mensen. Dat is natuurlijk prima. Maar met welk doel? Er zal wel ergens een formele definitie zijn, die wellicht weer aanvechtbaar is, maar de mensen die fel ageren tegen de aantasting van de soevereiniteit wensen zelfbeschikking over ons land om welvaart, stabiliteit en veiligheid na te streven.

Daar ligt wel een probleem. Om deze zaken na te streven is Nederland namelijk sterk afhankelijk van andere landen. Ons land is geen autarkie namelijk. Er is ergens in de wereld misschien nog een laatste dictatuur te vinden die volledig zelfvoorzienend is, maar dit soort landen staat niet bepaald bekend om bijvoorbeeld hun welvaart.

Samenwerking met andere landen dus. Met name op het gebied van de economie, met als mooi voorbeeld de waarde van onze export binnen het percentage Bruto Binnenlands Product. Uiteraard mogen we middels vele politieke discussies beslissen of we meer of minder willen samenwerken met Europa. We gaan daarbij echter voorbij aan de afhankelijkheid van die landen, zodat het eigenlijk een non-discussie is.

Tientallen jaren is Europa bezig om op steeds meer terreinen samen te werken. Een unie te vormen, die kan concurreren met bijvoorbeeld Amerika en China. De invoering van een gemeenschappelijke munt was een grote stap. Zo groot, dat afspraken en toezeggingen op basis van elkaar lief aankijken niet goed genoeg bleken. En dus kom je met controlemaatregelen en mogelijkheden om in te grijpen. Anders werkt het namelijk niet. Niet alle deelnemers houden zich aan de afspraken en stiekem gaat iedereen natuurlijk voor eigenbelang. Bovendien zet je zwakke en sterke broeders in een gezamenlijk onderling verband. Zonder verder waardeoordeel: middeling zal het gevolg zijn, hetgeen de sterkere broeders over het algemeen niet leuk vinden.

Ja, dus nu wordt er gepiept. Na jarenlang een beetje toekijken en een beetje leuk meedoen wil geen enkel land, nu het serieus wordt en de kloof tussen de sterken en de zwakken groter wordt, al te veel inmenging vanuit Europa. Mosterd na de maaltijd, aangezien een terugkeer naar een unie met slechts wat soepele douaneregels voor veel landen alleen al financieel niet meer mogelijk blijkt. Een onomkeerbaar proces van enkele decennia draai je ook niet even in een maandje terug. Bovendien zal het wegsturen van een land uit de euro-zone leiden tot zwaardere druk op de andere deelnemers en een eerste aanzet zijn tot het vertrek van andere landen, hetgeen zal leiden tot de desintegratie van Europa.

Wil Europa überhaupt overleven en nog serieus mee willen doen in de toekomst in de wereldeconomie lijkt een verdergaande aansturing van de financiële sector over de landsgrenzen heen slechts een eerste stap. Daarmee lijkt de discussie over het prijsgeven van soevereiniteit een achterhaalde. Politieke partijen willen nog munt slaan uit het verontruste onderbuikgevoel van de bevolking. Een dubbel bewijs van de grote kloof tussen burger en politiek. Enerzijds door het ondertekenen van toekomstbepalende verdragen zonder de bevolking aan te haken, anderzijds door de indruk te wekken dat je voor of tegen Europa kunt zijn. Die keuze is er niet, er is geen weg terug.