Veel ouders ontvangen rond de zomer mededelingen van school omtrent de groepsindeling in het komende schooljaar. Niet alleen wordt vermeld welke leerkracht voor welke groep komt te staan, helaas blijkt ook vaak dat school worstelt met het beschikbare budget voor middelen en het onderwijzend personeel, de core business van school. Een budget dat van rijkswege trouwens voor een groot deel wordt bepaald op basis van het aantal leerlingen van het afgelopen schooljaar. Een eenvoudige rekensom leert:

leerkrachten

Er zijn dus weinig leerkrachten voorhanden om in te zetten. Het deel van het budget dat afhankelijk is van het aantal leerlingen houdt overigens geen rekening met een groter aantal leerlingen in het komende schooljaar. Nou, als je vervolgens kijkt naar het aantal leerlingen in verhouding tot de beschikbare leerkrachten, kunnen we opnieuw een deelsom maken. Zo komt in de mededeling naar de ouders ook te staan dat er met leerlingen wordt geschoven en er nieuwe groepen worden gecreëerd, met als gevolg dat de klassen groter worden:

klassen1

De meeste leerkrachten staan voor de klas met de motivatie kinderen veel bij te brengen op sociaal en cognitief gebied. Sommigen spreken zelfs van een roeping. Leerkrachten worden echter ernstig gehinderd. Niet alleen doordat de groep leerlingen veel te groot is en er per saldo te weinig aandacht per leerling is. Tendens is ook dat leerlingen niet meer doorstromen naar speciaal onderwijs als ze daarvoor gediagnosticeerd zijn. Op zich is er veel voor te zeggen dat alle kinderen met wat voor afwijking, stoornis of behoefte dan ook bij elkaar in de klas zitten. Maar het vereist wél extra aandacht van de leerkracht. Een optelsom dus:

aandacht

Er wordt veel onderzoek gedaan naar ontwikkeling van kinderen. Teveel om aan te refereren. Een willekeurig voorbeeld betreft een Zweeds onderzoek (Peter Fredriksson et al.) dat aantoont dat een overvolle klas niet alleen van invloed is op de cognitieve en sociale vaardigheden die kinderen ontwikkelen. Frederiksson gaat nog een stap verder door aan te tonen dat er correlatie is tussen de volle klas in het onderwijs en de hoogte van het salaris op latere leeftijd.

Maar los van dit financiële (en het wettelijke) aspect sturen de meeste ouders hun kind naar school met de intentie dat er alles uitgehaald wordt dat erin zit. In een beschermde en hulpvolle omgeving. Dat lukt dus niet meer. Het komt er dus eigenlijk op neer dat we bezuinigen op budgetten en daarmee bezuinigen we dus eigenlijk op het welzijn van kinderen en hun ontwikkeling. Een laatste optelsom:

besparen

Bezuinigen op onderwijs is bezuinigen op de toekomst. Sommen maken zonder rekening te houden met de uitkomst is een teken dat het rekenen nog niet wordt beheerst. Misschien dat een aantal beleidsbepalers terug naar school moet.