April 2009. Na een wilde autorit, waarbij ik mensen, met een toch al zo lage frustratietolerantie jegens het verkeer, voor het leven tegen me in het harnas joeg, kwam ik aan in het ziekenhuis. Mijn zoon was daar ook. Gevallen met de fiets. Een arm die het niet meer deed.

Ik ijlde naar de Spoedeisende Hulp. Het was er gezellig druk. Stomverbaasd keek ik in het rond, op zoek naar mijn zoon. Daar zat hij. In de hoek, samen met zijn moeder. Bij het zien van het hoopje ellende, kermend van de pijn, duizelde het mij.

Ik ging naast hem zitten en sloeg een arm om hem heen. Met zijn ene hand hield hij zijn zere arm vast. Hij huilde en legde het hoofd op mijn schouder. Zo zaten we een tijdje. Bewegingsloos.

Om mij heen was er bijna sprake van feestgedruis. Een groep mensen voerde luidkeelse gesprekken. Over het gips dat te strak zat. En opoe was van het opstapje gevallen vanmorgen en nu, aan het eind van de dag, deed de enkel nog steeds zeer. Geelsma had een dikke neus gekregen tijdens het voetballen vanmiddag en zijn zoon maakte maar steeds grappen dat het getroffen lichaamsdeel nu niet meer in andermans zaken gestoken kon worden. Luid gelach.

Gelag voor mijn zoon. Tot mijn ontsteltenis zag ik een plasje bloed onder zijn stoel ontstaan. Heel voorzichtig keek ik onder de jas en zag een wittig stuk bot. Gelukkig stond zijn moeder alweer bij de balie om de ernst van de situatie onder de aandacht van het personeel te brengen. Dat bleek lastig, want onder luid applaus toog Geelsma naar de behandelkamer, de getroffen neus in de lucht houdend. De man met het strakke gips vroeg schreeuwend wanneer hij aan de beurt was. Hij had honger namelijk.

Eindelijk, maar dan ook eindelijk, kwam er een dokter aangeslenterd. De tegenzin om van het first in – first out behandelsysteem af te wijken was hem aan te zien. Maar na één blik onder de jas van mijn zoon te hebben geworpen veranderde alles in een oogopslag. De Spoedeisende Hulp werd spoedeisend. Mensen gingen rennen en gingen hun werk doen, waar ze zo goed in zijn. Voor ik het wist lag hij op de operatietafel. Voor ik het wist liep het goed af. Zij het na twee operaties.

Spoedeisende Hulp. Een mooie instelling, mits je aan de beurt bent. Er gaan stemmen op om een bezoek aan de Spoedeisende Hulp betaalbaar te stellen, om zo het aantal binnenstromende mensen te verminderen. Een korte intake zou volgens mij voldoende moeten zijn. Behandelen op basis van spoed, die vereist is. Triage, wordt het ook wel genoemd. Het moet dan wel mogelijk zijn om mensen te laten wachten of terug te sturen. Dat is een wijziging in werkwijze. Maar vooral een lastige dobber voor de patiënten, met hun torenhoge verwachtingen. De uitsmijter kennen we al in de discotheek. Straks ook op de Spoedeisende Hulp.