Stromingen

Untitled
Untitled2

Teleologie
Leer van de doelen, de zoektocht naar het doel van de dingen. De gedachte dat alles een doel (telos) heeft was een kernpunt van Aristoteles. Wanneer een doel is vastgesteld is echter dan niet duidelijk wat het doel van het doel is, dit leidt tot een eindeloze serie doelen. Teleologie wordt tegenover metafysisch naturalisme gesteld; de natuur heeft geen ontwerp of doel. Teleologie: men heeft ogen om te kunnen zien (vorm volgt dus uit de functie). Naturalist: men heeft ogen omdat die er zijn (functie volgt uit de vorm).

Utilisme (teleologie)
Het utilisme meet de morele waarde van een handeling af aan de bijdrage die deze handeling levert aan het algemeen nut. Het algemeen nut is het welzijn en geluk van alle mensen wordt verstaan. Een zo groot mogelijke mate van geluk, zoveel mogelijk mensen zijn dan gelukkig. Geluk is plezier min pijn. Vermijden van pijn en verwerven van plezier zijn dus de motieven voor het menselijke handelen. Peter Singer bv was van mening dat ook het geluk van dieren van belang is. Consequentialistische ethiek definieert het juiste als hetgeen het goede of juiste bevordert en beoordeelt handelingen dus uitsluitend aan de hand van het gevolg ervan. Ook is het eudaimonistisch: goed en waardevol is wat mensen gelukkig maakt. Het geluk van iedereen moet bevordert worden: het grootste geluk voor het grootste aantal (universalistisch). Binnen consequentialistische theoriƫn zijn grote verschillen. Er is ook een perfectionistische variant (Aristoteles/Nietzsche) die zegt dat naar mate meer creatieve activiteit de mens beter is, ongeacht de mate van geluk (ideale mens-zijn).

Deontologie
Deontologie gaat uit van absolute gedragsregels. Vaak, maar niet altijd, gesteld als normen. Plichtethiek. Iets wat slecht is, is altijd slecht, ook als de uitkomst goed zou zijn, want er bestaat geen “goed” als zodanig. De intentie kan wel goed zijn, de goede wil. De goede wil aanvaardt morele wetten. Deontologie keurt bv martelen af, ook als daar levens mee gered kunnen worden. Een handeling is moreel als je tegelijkertijd kunt willen dat ieder ander op die manier zou handelen. Tegenover de deontologie staat de teleologie, waarvan het utilisme een voorbeeld is. De teleologie stelt dat het goede datgene is dat het grootste voordeel oplevert en het utilisme stelt vervolgens dat dit het grootste goed voor het grootste aantal mensen moet zijn. Immanuel Kant was een deontoloog. Het categorische imperatief is een duidelijk voorbeeld van deontologie. Het hypothetische imperatief is meer vergelijkbaar met het utilisme (en dus met de teleologische ethiek). Ook: John Rawls. Ook Amnesty International kun je deontologisch noemen.

Relativisme
Gevoelens staan niet hoger dan cognities. Plato en Socrates pareerden het relativisme. Het Relativisme stelde dat bijvoorbeeld rechtvaardigheid gebonden is aan plaats en tijd. Je kunt rechtvaardigheid naar je hand zetten als je machtig genoeg bent of je moet je onderwerpen. Daarom is rechtvaardigheid nog geen waarheid. Plato en Socrates stelden de vraag of het goed is om je aan een heersende code te confirmeren. Je moet je altijd de vraag stellen wat nu echt goed, rechtvaardig of deugdzaam is. Aristoteles voegt daar later aan toe dat ook een metafysische verklaring niet voldoende is. Ethiek zoekt namelijk het goede dat in praktijk, in het huidige, te verwezenlijken is.

Realisme
Orde in opvattingen, gefundeerde waarden.