Zolang de leerlingen nog niet uitgestorven zijn vinden we vaak meerdere scholen in een dorp of een stad. Blijkbaar is dat voedingsbodem voor rivaliteit. Leerlingen, en zelfs sommige leraren, vinden de eigen school beter. Of slimmer. Of netter, gewoner, ongewoner of moderner. We maken lijstjes met excellente scholen en scholen die blijkbaar achterhetnetvissers produceren.

Veel scholen werken best goed samen. Een school is immers geen voetbalclub. Tijdens het voetbal is het namelijk wel erg duidelijk dat je bij een bepaalde groep hoort. Voorzien van clubshirt en lokale liederen laten we het duidelijk zien en horen immers.

Op school hebben we geen uniform meer en een schoollied wordt nog slechts meegeneuried door een enkele oudere docent. Toch houden scholen vaak op bij de schoolmuren. Iedereen heeft zijn eigen aanpak, onderwijssysteem en geloofsovertuiging. Samenwerking vindt wel steeds meer plaats, soms echter nog schoorvoetend, alsof Ajax spelers opeens voor Feyenoord moeten uitkomen.

Eigenlijk is dat ouderwets. Virtueel wordt de wereld steeds kleiner, samenwerken kan veel sneller en intensiever. Iedere klas heeft een digibord. Wat zou het leuk zijn als kinderen uit groep 7 van twee verschillende scholen over een maatschappelijk onderwerp konden discussiëren met elkaar via een Skype-sessie. Of je creëert een gezamenlijk project in de cloud, waar verschillende scholen aan werken, met elementen uit verschillende onderwijssystemen. Of een samenwerkingsverband met speciaal onderwijs. Of een virtuele plusklas over de grenzen van de scholen heen. Of….

Welbeschouwd is het gehele concept van een figuur voor een stille klas, die moet absorberen, ouderwets. Natuurlijk, er moet wat bijgebracht worden en kinderen moeten zich bewegen in sociale groepen, maar nog erg weinig zien we e-learning in het basisonderwijs bijvoorbeeld. Een dag thuiswerken voor de leerkracht en de leerlingen remote op een screen. Het is nog ver weg.

Desondanks, mogelijkheden zat. We spreken veel over grotere klassen in het onderwijs. Nog te weinig over een steeds kleinere wereld. De techniek is er allang klaar voor. Nu de scholen nog. Het vergt hier en daar wat investering in technische middelen, hoewel in aanleg al veel aan boord is.

Tot slot zou het goed zijn het binnen het onderwijs het competitieve en concurrerende element wat los te laten. Natuurlijk zijn scholen concurrenten in zekere zin, omdat het aantal leerlingen en het budget vanuit de overheid beperkt is. Maar een school is geen voetbalclub, die er de facto voor gaat nummer een op de ranglijst te staan, koste wat het kost.

De grote gemene deler voor álle scholen is het wijzer maken van leerlingen. Niet alleen door kennis, zeker ook door samenwerking. Met zo weinig mogelijk kunstmatige grenzen. Vaardigheden die zo nodig zijn, later.
 
 
image68