Ken je dat gevoel? Dat de vakantie nog niet zo lang voorbij is maar toch al ver weg lijkt. Je mailbox is weer mooi opgeschoond, na de vrije dagen. Alle collega’s heb je het handje weer gedrukt en alle vakantieverhalen heb je uitgewisseld. De zorgvuldig geconditioneerde bruine verkleuring van de huid neemt al af in het kunstmatig licht van het kantoor.

Herken je dat? Dat je tijdens de vaste tred van de auto naar de ingang opeens een déjà vu-gevoel krijgt en aan jezelf twijfelt of je de de vakantie nu wel of niet net hebt gehad. Het gevoel van leegheid, als je na de middagpauze even alleen op je kamer zit en naar buiten staart. In je oren klinkt opeens het ruisen van de zee of de speeltuin in dat leuke park. Na een slok koffie tijdens de vergadering hoor je nog even de schaterlach van je dochter als de bal naar haar toe schiet. Dat ongemakkelijk op je stoel heen en weer draaien en verlangend naar buiten kijken. Alsof je nóg een vrije dag wilt. Nóg een keer terras, snorkelen, voetballen, fietsen met de kaart op het stuur. Nóg een keer een stukje vlees laten verkolen boven een rokerig vuurtje. Nóg een keer merken dat je onderdeel bent van allerlei sociale verbanden in plaats van de solistische, buffelende ezel waar je normaal voor doorgaat. Iemand die kan lachen en spelen.

Natuurlijk herken je het. Bijna iedereen heeft het. De overgang van het zelfverkozen vrije leven, met dingen die je zelf wilt doen, naar het werkende leven, waar in veel gevallen je verteld wordt wat je moet doen, is immers erg groot. Elk jaar neem je je voor de vrijetijdslijn meer door te trekken en meer in te passen in de dagelijkse sleur. Het ontspannen gevoel en de tijd voor jezelf en voor elkaar gaat toch boven alles?

Maar helaas slijt het vakantiegevoel al te snel en buffelen we weer. Want naast de ontelbare werkloze mensen, die maar wat graag élk moment van de dag zouden werken, is het het halve land het liefst bezig met legitiem niet werken pas als het rooster het zo aangeeft. Als kinderen, die het schoolplein bestormen na het luiden van de bel, bestormen we de vrijheid. Niet werken, want we zijn vrij. Werken en vrij zijn. We werken en pas daarna zijn we vrij.

Op het werk spreken we geëxalteerd en in de tuin laten we een boer. In de auto naar het werk en op kantoor schijnt de zon niet, die zien we pas als we vrij zijn. We lopen de hele dag in het pak en ’s avonds in een campingsmoking. Op het werk zijn we keihard en in het weekend huilen we bij een zeurderige film van Penn Badgley. In onze vrije tijd doen we blijkbaar andere dingen dan in de tijd dat we werken.

Zou het niet heerlijk zijn als je wat meer overal jezelf kon zijn en dat je één leven leidde in plaats van twee? Gewoon van prachtig weer genieten, terwijl je werkt? Energie opdoen tíjdens het werk, je niet als een uitgelaten kind in je vrije tijd storten omdat je de hele week aan de lijn zat. Het zou ook best aardig zijn eens een vakantiefoto op je bureau te zetten. Of tijdens het gewauwel van een vergadertijger bewust die schaterlach op dat strand te horen. Wees eens eerlijk. Tijdens de vrije dagen zit je toch lekker in je vel? Kun je veel en laat je je van je beste kant zien? Je kan het dus wél. Het zou goed zijn als je dat gevoel op je werk ook zou hebben. Nog voordat je vrij bent. Goed voor de baas, maar vooral ook lekker voor jezelf. ​

Natuurlijk, helemaal jezelf zijn overal in elke situatie is een utopie. Maar de stringente scheiding tussen werk en privé, die veel mensen hanteren, is eigenlijk iets uit de vorige eeuw. Kijk, dat je geen barbecue meeneemt naar het werk is vrij begrijpelijk. Maar werken onder het barbecueën kan dan weer wel. Jezelf zijn op het werk kan dan weer wel. Iets eerder naar huis gaan omdat de mussen van het dak vallen en het werk thuis afmaken kan dan weer wel. Hoewel voor dat laatste sommige afdelingen het werk nog wel even anders moeten inrichten.

En tot slot: vrijheid op zich is niet genoeg. Vrijheid op zich is niet synoniem aan geluk. Je moet het willen om keuzes te maken ten bate van het goede leven. Als je kiest wat de massa juist wel of juist niet kiest ben je eigenlijk nog steeds onvrij. Je plezier neemt toe naar mate je bekwaamheid toeneemt in het proefondervindelijk vaststellen wat de waarden van leven, je eigen kwaliteiten of je mogelijkheden zijn. Zo kom je van vrij naar dat wat gelukkig maakt.

Prettige vakantie. Op het werk.