Tijd van onderscheid

Bijzonder blijft het, een tijd van crisis. Het treft ons allemaal. En dat is bijzonder immers. Want iets gemeenschappelijks, iets dat voor ons allemaal geldt, komt niet zo heel veel meer voor. We waren gewend goed voor onszelf op te komen. We waren bezig met onszelf te ontwikkelen en tot grote hoogte te groeien door werkelijk alles uit onszelf te halen. Ons potentieel benutten. Want we zijn getraind in het leven volgens onze eigen normen en waarden. Inspraak, je mening ventileren. Opkomen voor jezelf.

Tja en nu. Nu moeten we primair rekening houden met een ander, en dat is wel even schakelen. De crisis die ons treft valt in wezen alleen te beteugelen door samen te acteren, als een groot organisme. En dat staat ons tegen. Je ziet het ook om je heen. Ja, het is wel rustiger op straat natuurlijk, maar als het even mooi weer is trekken mensen massaal de duinen in en de stranden op. Lekker toeren op fiets of motor. Kroegen zijn stiekem open, via de achterdeur kun je naar binnen. Het voetbal moet eigenlijk weer zo snel mogelijk doorgaan. De allereerste indicatie dat de crisis geleidelijker verloopt dan zonder maatregelen, hetgeen meer geluk dan wijsheid lijkt, wordt aangevat om de teugels te laten vieren ter eigen voordeel. We moeten door immers.

Het hoort bij de tijd, dat verander je niet in een paar weken. Vanuit onszelf dus niet, maar ook niet vanuit een ander. Als je iemand aanspreekt omdat hij of zij zich niet aan de afgesproken anderhalve meter afstand houdt, krijg je vaak een grote bek of moet je oppassen dat je geen klappen krijgt. En: Crisis? allemaal gelul joh, een trucje van de overheid om je privacy te schenden. Om een voorbeeld te noemen.

Ons land als bakermat van schismatiek. Over alles kun je stelling nemen en je onderscheidend afscheiden. Van kerk tot politiek, van voetbalsystematiek tot verandermodellen. Van poldermodel tot onwerkbare polytomie van meningen. Je staat ergens voor en een ander heeft zich daar niet mee te bemoeien, sterker nog, een andere mening is een aanval. Van retorica naar ordinair schelden.

Als we elkaar niet aanspreken op gedrag moet de overheid dat blijkbaar doen. Ze doen wel hun best denk ik. Maar hooguit krijg je een bekeuring omdat een verdwaalde agent je toevallig betrapte. Het leed is dan vaak al geschied en rest de hoop dat een negatieve financiële prikkel herhaling voorkomt.

Landelijk bezien sneuvelt op deze wijze gemeenschapskracht. Maar hoe zit het dan binnen een nauwer verband? Worden leden van een vereniging, die schijt hebben aan de crisisregels, uit de vereniging gezet? Worden medewerkers binnen een bedrijf, die gewoon reizen en elkaar opzoeken terwijl we thuiswerken, aangesproken, of in het ergste geval ontslagen? Nee, want dat is privé, verenigingen en werkgevers hebben daar geen rechten.

Hoe dwing je dan af dat mensen zich gedragen zoals gewenst, omdat het gewoonweg moet in een crisis die door foutief gedrag onnodig levens kost? De conclusie is helaas dat dat niet af te dwingen is. Het enige middel is, met gevaar voor eigen leven, elkaar aan te spreken. Op te staan. Dat is wat ons onderscheidt. Opstaan om te bewerkstelligen dat we het goede doen met ons allen. Groepsdruk die leidt tot gedrag in het algemeen belang. Mits je in de goede groep zit want de huidige crisis is blijkbaar niet erg genoeg om schisma’s op te heffen. Ik vrees dat de reactie zal zijn wie dan bepaalt wat de goede groep is. Laten we toch een goede poging doen het met elkaar voor elkaar te krijgen.