Per trein

Veel mensen reizen per auto. En schelden op de wegen en de files. Veel mensen reizen per trein. En schelden op de NS. Het kan zelfs georganiseerd, dat schelden op de NS. Zoals alles georganiseerd is in dit mooie land. Voor je het weet heb je een organisatie voor begraafplaatshouders. Hè? Is er al zegt u? Dat bedoel ik dus.

trein

Een dagje per trein deze week. Fijn wat lezen en schrijven onderweg, zo is het voornemen. Ik koop in alle vroegte een duur kaartje Eerste Klasse en ontdek al snel dat er nog maar een klein plaatsje over is in de dubbeldeks trein. Een Dubbele Hondenkop, of hoe die dingen ook heten. De Tweede Klasse is vrij leeg. Blijkbaar zeiken we veel over te weinig geld en geven we het grif uit aan treinkaartjes.

Met mijn eenmeterzevenentachtig ben ik absoluut een vrij kleine landgenoot te noemen, maar toch kost het me moeite mijn benen dusdanig onder mijn kin te vouwen dat ik nog net met een hand mijn laptop kan bedienen. Daarbij hinder ik enige malen een grijs heertje, dat naast mij zit. Het heertje heeft het humeur dat bij het tijdstip van de dag hoort en knort hoorbaar geërgerd.

Als we rijden druk ik constant met mijn vingers op de verkeerde toetsen van de laptop. De trein host zó erg op de rails heen en weer dat ik even denk op de kermis te zijn, maar een blik op het grijze heertje naast mij maant mij weer bij de les. Hij kijkt mij woedend aan en dan zie ik dat door het hossen van de trein mijn jas van het haakje is geraakt en in de nek van het heertje is beland, diens grijze haar ter plaatse desastreus opwippend.

passagier

Ik verontschuldig mij maar wat en corrigeer de jas. Dat moet wel zachtjes want ik zit in de stiltecoupé. Net denk ik dat het windgeluid wel heel erg hard is als ik merk dat drie medepassagiers dusdanig hard fluisteren dat het lijkt alsof ze fataal zuurstofgebrek hebben. Een winderig effect geeft het in ieder geval.

We zijn op een station beland en de trein komt tot stilstand. Na zeer geruime tijd zegt de dienstdoende conducteur iets in de microfoon. Helaas is het niet te verstaan, het geluid is erg zacht. Dan springt iedereen verontrust op als de conducteur de boodschap herhaalt, maar nu schallend uit de luidsprekers. De boodschap is schokkend.

Dames en heren goedemorgen. Het combineren lukt niet, de software van de ene trein herkent die van de andere trein niet. We hebben het nog een keer geprobeerd en toen gebeurde precies hetzelfde. Dit is onveilig, we rijden als aparte treinstellen verder. Vertraging is vijftien minuten, we proberen dit in te lopen. Dank u.

Als paarden, die moedeloos in de zeikende regen staan, aanvaarden we met z’n allen met stomheid geslagen deze boodschap. Het is niet anders blijkbaar. We willen wel veilig verder kunnen reizen. Ik denk nog even na over de vraag waarom er dan überhaupt gecombineerd moeten worden als we blijkbaar ook zomaar verder kunnen rijden, maar wil geen dissonant zijn en voeg me gedwee bij het berustende reispubliek.

Het schommelen vangt weer aan en zowel het grijze heertje als ik hebben ons neergelegd bij de constante schouderduw die we elkaar geven. Bij het volgende station is het weer raak. De trein komt met een ruk tot stilstand. De jas ligt weer in de nek van het heertje en kranten en tassen schuiven vervaarlijk. Verderop in de trein valt een flesje luidkeels.

Dames en heren. Het landperron is bezet door een andere trein! We wachten even tot er een trein weggaat. Dan kunnen we dat perron gebruiken. Een moment alstublieft. De vertraging zal twintig minuten bedragen.

vertraging

Een practicus, deze conducteur. Ik ben blijkbaar de enige reiziger die zich opwindt over de vertraging. Of zit ik per abuis in een trein voor veevervoer? Eén blik op het heertje naast mij stelt me dit keer echter gerust. Bezorgd kijk ik op mijn horloge. We zijn wel wat ingelopen, maar volgens mijn berekening heb ik nog maar een paar seconden om over te stappen.

Als ik wil opstaan duwt de trein mij pardoes op schoot bij het heertje. Die wordt nu pas echt driftig en ik maak me uit de voeten. Ik vecht mij door de rij mensen heen en storm het perron op, struikelend over de vouwfietsen.

Als ik nog net zie hoe mijn trein wegrijdt, de regen dreinerig aanvangt en ik merk dat de paraplu nog in de trein ligt die ik net verliet, besluit ik moedeloos dat ik nu toch te laat ben en trakteer mezelf op een bak koffie.

Jammer, het smaakte naar thee.