Twittergedichtjes

Schoot een muis, vilde zijn vacht. Voel me een hele vent.
Dan komt de donkere nacht. Kruip gauw in mijn safaritent.
(winnende tweet Landal Greenparks weekend)

*

In ’t donker doe ik mijn nodige plas. Wonderlijk, dat tapijt in het toilet.
Wou ook dat ik wakkerder was. Sta nog gewoon naast ’t bed!

*

Kom thuis, kletsnat van de regen en de bril beslagen op de neus.
Kus m’n vrouw, die kom ik tegen. Blijkt het de hond te zijn, verkeerde keus

*

Angstig lig ik in bed. Rampspoed werd mij toebedeeld.
Jammergenoeg las ik nou net ’t verkeerde sterrenbeeld.

*

Uitgeteld lig ik op het hotelbed. Het is wellicht niet wat u denkt.
Ik had vandaag veel sportpret. Iets dat ook veel voldoening schenkt.

*

Struikel uit bed, gekgekrijst door een mug. Mep blindelings om me heen.
Wil weer naar bed heel vlug, maar zie, ik raakte de mug niet alleen.

*

De TV is stuk, het geraas verstomd. Nadrukkelijk hoor ik de stilte.
Maar ’t gerief blijkt vermomd want ik voel nu ook de eenzame kilte.

*

Als ik in de bus zit of gewoon als ik loop,
denk ik opeens hoe zou ’t zijn met Joop?
Hij is zo leuk en zorgt voor de vrolijke noot.
Dan lig ik in een deuk. Dat is ook zo, hij is dood.

*

Niet lachen maar het huilen nader. Tranen in ogen, snuiten van de neus.
Jongens wat is er toch met vader? O, strontverkouden weer, de kneus.

*

Zondagmorgen, der straten stilte, loze leegte en huilend zwerk,
bekruipt een eenzame kilte die doet verlangen naar ’t werk.

*

Achteraf was het misschien wat flauw, je weet wel, die ene keer.
Toen ik zei: ik hou van jou, ondanks je etterende zweer.

*

Augustus, de natuur al wat sober, hier en daar al verdord gewas.
“Ach toe, zeg, dikke ober, doe mij nog maar een glas.”

*

Ik jubelde en was dronken van geluk. Ik danste en slaakte een wilde gil.
De dag kon echt niet meer stuk. Jammer van die ene bananenschil.

*

Als ik slenterend door de regen wat dom loop te kijken,
kom ik opeens mezelf tegen, onwetend waar ik thuis over loop te zeiken.

*

Meewarig schonk de boer een lach, toen ik stond te twitteren in de wei.
“Wat dat noe weer weezn mag, die Nieuwe Fratsen zijn niks voor mij.”

*

Temidden van bekakte potten en luidkeels bier bij de vleet,
wil de slaap maar niet vlotten en is er stiekem veel vakantieleed.

*

Velen vinden de zuivere vorm toch zuur. Regen valt met bakken uit het zwerk.
Maar ik denk ieder uur, alles beter dan morgen aan ’t werk.

*

Pikdonker is hier de nacht. Stil heeft alles een zwarte kleur.
Maar wat ik niet had verwacht: stootte met de kop tegen de deur