Uit met de jongens

Spannend was het wel toen Bert vroeg of ze meeging naar het voetbal. Nu was ze al eenendertig jaar bij hem en zoiets had hij nog nooit gevraagd. De avonden verliepen zwijgend, na de tweede kop koffie om acht uur was het televisie kijken, wachtend op zijn indutten in de leunstoel. De avonden dat hij naar het voetbal was verliepen eigenlijk wel lekker omdat ze kon doen waar ze zin in had. Dat was leuk, doch eenzaam.

Maar goed, alle jongens van de harde kern gingen ook mee en omdat Henk ziek was bleek er een kaartje over en boven de boerenkool gisteravond was de vraag er achteloos uitgekomen. Of ze meeging.

Gedurende de wedstrijd was ze bevangen door het geschreeuw van de jongens. Het werkte aanstekelijk. Aanvankelijk was ze wat gegeneerd omdat haar eigen man voluit meeschreeuwde met een vuur en overgave die ze niet in hem vermoed had en, zeker de laatste jaren, bij hem gemist had tijdens nachtelijke uren die louter slapend werden doorgebracht. De stille man, induttend op de leunstoel leek ver weg. Op een gegeven moment gaf ze hem zelfs een arm, die hij geërgerd aan de kant drukte. Toch had ze een blos op de konen.

Aan het einde van de wedstrijd was ze opgewonden als een jonge meid en volgde ze vol jolijt Bert en de jongens naar de bus. Lacherig en schreeuwerig stapten ze in. Maar achterin de bus gekomen bleken er te weinig vrije plaatsen te zijn en bleef ze over. Ze moest een paar rijen terug, waar nog een stoel vrij was.

‘Oh!! Hier kan ik zitten!’ schreeuwde ze met overslaande stem naar achteren, waar in de verte Bert en de jongens hoorbaar grapten.
‘Ik pas er nog wel naast hè? Haha!’ schalde ze naar de oververmoeide man naast haar. Hij keek niet eens op en schoof gehinderd wat richting raam. Ze plofte neer. De chintz jas ritselde luid en maakte haar kleine gestalte wat corpulenter dan in aanleg al aanwezig was. Haar lichaam zweefde deels boven het gangpad van de bus, omdat ze haar nurkse reisgenoot toch niet al te innig wilde aanraken. Ze lachte nog een keer en draaide zich om, naar Bert en de jongens. Maar twee mannen wilden er langs en raakten haar vrij ruw, zodat ze snel weer terugdraaide.

Haar donkere haar vertoonde een kale plek op het achterhoofd. Haar oren waren groot, hetgeen geaccentueerd werd door twee grote oorbellen. Klippers met grote zwarte cirkels op de oorlellen. De kraag van rode chintz jas drukte de oorbellen steeds omhoog en dat veroorzaakte blijkbaar ongemak want ze schudde regelmatig met het hoofd.

De bus zette zich in beweging. Ze lachte nog een maal kort en keek wild in het rond, op zoek naar medestanders in de euforische pret. Maar de mensen voorin de bus waren nat, stil, oud en moe. Ze merkten haar niet eens op. Ze keek toen maar door het raam naar buiten. Langzaam zakte haar gezicht onderuit. De regen tikte op het glas. Spoedig waren de lichten van de stad verdwenen en keek ze naar zichzelf in de donkere ruit. Ze wendde het hoofd af. De rest van de reis keek ze stil voor zich uit, het hoofd licht naar achteren gebogen. De man naast haar was ingedut.

Helemaal achterin de bus klonk tumult. Het was Bert die een ijzersterke bak plaatste. Gelach van de jongens.
Ze hoorde het niet.

 
 
image