Vakantiekramp

‘Zo, dus je hebt bijna vakantie?’
Ik kijk wat naar beneden, want ze is nog maar elf.
‘Ja, alleen nog deze week naar school!’ antwoordt ze monter. Na een heel schooljaar is het wel mooi geweest blijkbaar, want ze kijkt blij naar me op.
‘En, ga je nog met vakantie of zo, ga je nog ergens heen bijvoorbeeld?’ vraag ik.
‘Ja-ha,’ zegt ze.
Ze heft haar hand en telt af op haar vingers: ‘Ik ga eerst naar papa. Daar ga ik eerst een dag een beetje bijkomen van school. Dan gaan we drie weken naar Spanje! Dan gaan we weer terugvliegen en dan ga ik diezelfde zondag weer terug naar mama. En dan op maandag ga ik bijna drie weken naar Kreta!’
Na deze puissante opsomming kijk ik haar even verbluft aan. Op dit vakantiegeweld heb ik niet direct wisselgeld. Mijn anderhalve week Noord-Holland kan hier niet echt aan tippen. Blijkbaar staat het op mijn gezicht geschreven, want ze zegt: ‘Ja, het is wel veel hoor. Ik denk wel dat ik behoorlijk moe ben na de vakantie!’ Ze lacht erbij.
Ik lach ook maar. Op een of andere manier vind ik haar zielig, hoewel de vooruitzichten blijkbaar goed zijn. Ik hoop niet dat ze afgejakkerd is bij terugkomst.
‘Nou je hebt maar mooi geluk,’ zeg ik, wat vaag, ‘nu papa en mama niet meer bij elkaar wonen heb je dus maar mooi twee keer vakantie.’
Een antwoord als een zalfje. Het is ook teveel van het goede. Haar gezicht staat niet meer zo blij.
‘Ja,’ zegt ze maar.
 
image38