De kamer is donker. Alle kleuren van de dag zijn opgelost. Haar stralende masker ligt op de grond naast het bed, samen met de push-up beha. Vlotte zinnen en grappen hangen als verstilde echo’s in kamer. Ontdaan van alle beschermende lagen ligt ze, als een gepelde vrucht, stil in haar bed en kijkt met grote ogen in de leegte.

In de donkerste hoek bij de deur vormen zwarte gedaanten een grillig schaduwspel. Een van de schaduwen is ze zelf. Ze kijkt hoe ze beweegt, hoe ze zit. Haar hele verschijning straalt vrolijkheid en zelfverzekerdheid uit.

Het wordt erg koud in de kamer. De bewegende schaduwen verdwijnen en een allesomvattende kilte slaat om haar heen. Ze trekt het dekbed tot over haar hoofd. Zo valt ze in slaap.

Middenin de nacht wordt ze bezweet wakker. Ze kan niet meer ademen! Wild gooit ze de dekens van zich af en zuigt de koude lucht diep haar longen in. Dan ontspant ze zich. Maar de kou is snel terug en ze draait zich op haar zij, op zoek naar het vertrouwde warme lichaam naast haar.

Als de waarheid van het afscheid als een messteek tot haar doordringt valt ze in een bodemloos diep gat van eenzaamheid. Ze ziet zijn gezicht vlakbij, maar toch lijkt het elke keer of er minder details zichtbaar zijn. Dan komen de tranen en ze huilt met lange uithalen die overgaan in een zacht snikken, dat aanhoudt tot het licht wordt.

De volgende ochtend op het werk ziet niemand de wond. Niet meer. Eigenlijk allang niet meer. Tijd heelt alle wonden, maar vooral voor de omstanders. Sympathie is vluchtig. Na een tijdje is het medeleven op en verdringt het ik de belangstelling voor de ander. Het leven gaat door immers, we kunnen niet te lang blijven stilstaan bij verlies. Kop op meid, jij hebt ook een leven. Een lachje, een hand op de schouder. En dan stilte.

De hele dag lachen en flirten de collega’s, zoals elke dag. Ze doet leuk mee. Als ze laat in de middag even alleen zit en de koffie in haar gezicht dampt, trekt er een wolk voor de zon en ziet ze in een ondeelbaar moment de komende nacht en de verdorde vlakte waarover ze zal reizen.

Ze huivert en springt op. Op weg naar niemand.
    
    
image25
 
voor J.