Weermannen hebben het reeds lang begrepen. We zijn buitenmensen. Regenachtige perioden worden dan ook voorspeld met een gepast dempertje op de stem en een mimiek die men vaak aantreft bij uitvaarten.

Zijn er zonnige perioden in aantocht, of een weertype dat in jargon wordt aangeduid met ‘meest droog,’ dan ziet men weervoorspellers een vrij fysieke show opvoeren. Met hoge stem en veel zwaaiende armgebaren wordt de kans op langdurig buiten verblijven aangekondigd, de herintrede van de zonnedans bijna.

Natuurlijk houden we allemaal van zeilen, barbecueën en wandelen. Maar het liefst gaan we terug naar een oerleven dat altijd buiten plaatsvindt, op een soort permanente camping. Alles doen we het liefst buiten. Hoewel, álles?

Nee, ergens in een uithoek van onze geest houden we vast aan een binnenactiviteit.

Vergaderen! We blijven het maar binnen doen. Zelfs met de meest zweterige weersomstandigheden kruipen we met veel mensen in bedompte hokjes. Deur stevig dicht. Beneveld, door een grote lokale CO2-uitstoot door keeldampen der vergadergenoten, komen we tot mistige conclusies.

Vandaag deden we het anders. De weerman hadden we er niet eens voor nodig. Strak blauwe hemel, lekker zonnetje. We snapten zelf wel dat het mooi weer was.

We vergaderden buiten. Op een terras, met een drankje. ‘Hebben we nog een agenda?’ vroeg iemand aanvankelijk nog, maar ook die was er niet.

We spraken als mensen. Zonder agenda. In de buitenlucht. In de zon. Onderwerpen wisten we al. We bespraken ze gewoon. Zinnig. Door elkaar en om de beurt. Er kwamen nieuwe ideeën bij. En nog even een ander inzicht af en toe. We gingen uit elkaar met afspraken en doelen, die net zo helder waren als het weer.

Jammer alleen dat ik moest betalen.

 
image69