Bij de post zit een brief. Van het CAK. Het Centraal Administratie Kantoor. Argeloos scheur ik de brief open. De eerste zinnen doen mij meteen de haren te berge rijzen. Het CAK stelt dat mijn zoon van zes gehandicapt is óf chronisch ziek. En dat al sinds 2010. Daarom ontvangen we een uitkering van driehonderdacht euro.

Verbijsterd ga ik zitten. Mijn zoon. Aangezien ik hem vanochtend nog zag rondspringen en hem uit het hoofd een optelsom hoorde maken die menig puber niet snapt, ga ik er maar van uit dat hij chronisch ziek is en niet lichamelijk of geestelijk gehandicapt. Chronisch ziek. Dat had ik niet verwacht. En ik vond het nog wel zo’n zorgeloos kereltje. Bovendien vind ik driehonderdacht euro maar een schamel bedrag voor het oplopen van een chronische ziekte.

Tja, de stemming is behoorlijk gezakt. Na een kop koffie wordt ik opstandig. Verdomd, ik wil weten welke ziekte het knaapje heeft en besluit te gaan bellen met het CAK. Wachtend tot er iemand aan de lijn komt barst ik opeens in lachen uit! Het is natuurlijk slechts een administratief foutje! Iemand heeft een burgerservicenummer verkeerd ingevoerd en kwam bij mijn zoon uit. Een ander mannetje zit nu waarschijnlijk tevergeefs te wachten op driehonderdacht euro.

Maar ontgoocheld hoor ik even later de meneer van het CAK aan. Mijn zoon is wel degelijk ziek, het staat toch echt in het systeem. Nee, hij kan niet zien welke ziekte mijn zoon heeft. Ik kan een aanvraagformulier indienen waarmee ik het CAK machtig om medische gegevens over mijn zoon te achterhalen.
En tot slot: nee! Het is niet de bedoeling de driehonderdacht euro te weigeren of terug te storten. De meneer weet zeker dat geen enkele instantie in een later stadium de driehonderdacht euro terug zal vorderen, mocht blijken dat mijn zoon onverhoeds toch niet ziek blijkt te zijn. Ik mag het houden.

Nu had ik net een forse garagerekening gekregen en bleek de fietsband aan vervanging toe, maar op deze manier de kas te spekken stuit me tegen de borst, zeker gezien de politieke geluiden dat de zorg zo duur is en er bezuinigd moet worden.

Ik vertel het aan de meneer. Maar hij blijkt onvermurwbaar. Hij zal zorgen dat boven water komt welke ziekte mijn zoon heeft, maar het geld is voor ons. Als ik nog tegensputter dat het mij überhaupt niet zint dat mijn zoon binnen zorginstanties blijkbaar te boek staat als chronisch ziek, herhaalt de meneer simpelweg de vermelding van het machtigingsformulier, om zo te achterhalen wat eraan schort bij de jongen. Bij ontvangst van het formulier zal alles in werking worden gezet en ons de ziekte worden toegezonden.
Ik mompel maar dat ik het papiertje zal sturen.

Als ik net neer wil leggen treft een minivoetbal me keihard in het gelaat. De telefoon valt op de grond, terwijl de meneer nog aan het ophangen is. ‘Niet voetballen in de kamer!!!’ brul ik, voor de vierde keer vandaag. Mijn zoon, die het schot loste, lacht hysterisch, blijkbaar zag de voltreffer er nogal vermakelijk uit. Hij verslikt zich echter, zodat het gelach eindigt in gereutel. Daarna dreunt hij de deur weer dicht, met een klap die drie huizenblokken verder makkelijk is waar te nemen.

‘Hallo?’ hoor ik op de grond. De meneer heeft alles gehoord, inclusief het hysterisch lachen en reutelen van mijn zoon. En de klap van de deur. Ik verbreek de verbinding maar en neem, ontmoedigd, weer plaats.

Nee, hij wordt nooit weer beter bij het CAK. Die meneer schreef vast alles op.

 

Leuk is het, als een stukje een reactie oproept. Daags na het publiceren van bovenstaand verhaal werd ik op Twitter gevolgd door @CAK_Wtcg, het Twitter account van het CAK voor vragen en opmerkingen aangaande de algemene tegemoetkoming Wtcg, de Wet Chronisch Zieken en Gehandicapten. Ik kreeg al snel een verzoek om contactgegevens te sturen. Op 28 november had ik een gesprek per telefoon met het CAK, met een aardige mevrouw die het stukje zeker kon waarderen. Ze snapte ook dat zoiets natuurlijk enigermate gechargeerd wordt weergegeven.

Toch wilde ze graag uitleggen dat een uitkering in het kader van de Wtcg ook kan plaatsvinden op basis van een behandeling, of een combinatie van medicijnen, zonder dat het betrekking heeft op een handicap of een chronische ziekte. Zoals bij onze zoon. De behandelaar geeft een indicatieve code mee richting de zorgverzekeraar, die het vervolgens aanmeldt bij het CAK. Zo ontstaat een uitkering.

Nu kun je nog van mening zijn dat een uitkering als tegemoetkoming van kosten slechts dan plaatsvindt als er ook daadwerkelijk kosten zijn gemaakt, maar het is de wet die ten uitvoer wordt gebracht. Ik denk dat je zo’n wet best kan veranderen. Een tegemoetkoming is prima. Maar zonder kosten is het gewoon een bonus, en daarvoor is de zorg denk ik al te duur.

Maar goed, dat is een ander hoofdstuk. De uitleg van het CAK was in ieder geval zeer attent, duidelijk ook. Binnen het CAK gaat men nog praten of zo’n brief, met name de openingsalinea, ook eenduidiger kan worden opgesteld, met inachtname van bovenstaande. Wellicht ook wat zachter van toon.

Zo heeft zo’n stukje toch nog nut. Mooi.