Mannen worden vijftig. Een halve eeuw. Abraham. Mannen met een vergeten en grijs geboortejaar, waarin de eerste Ford Mustang werd gebouwd en de Beatles in Nederland waren, getoond op een zwartwit TV. Ouwe lullen met rimpels en stramme ledematen in de ochtend, dun en vlassig haar op de schedel en een borstpartij waarop textiel met cup A maatvoering niet zou misstaan. Slechtziende kerels met dikke brillen. Ze druppelen na bij het plassen en vinden rustig lezen net zo fijn als sex.
Vijftig dus.

Kerels van vijftig begrijpen nieuwe muziek niet meer. Ze vergeten pincodes regelmatig en maken zinnen niet af. Ze dragen liever een pantalon dan een spijkerbroek en die elektrische deken op het bed laten ze stiekem de hele nacht aan staan. Ze denken opeens na over het pensioen en willen ’s avonds fietsen, maar dan wel met een gezondheidszadel. Ze worden door mensen op het werk aangeduid met ‘senior.’ Mensen op straat noemen hen ‘fossiel.’

Vijftig dus. Maar na een tijdje krijgen vijftigers het toch benauwd. Ze raken in crisis en zijn zichzelf kwijtgeraakt. Tien jaar op dezelfde bureaustoel en de pubers de deur uit doet ze van weeromstuit naar de gewichten grijpen. Ze verruilen de pantalon voor een kalfslederen motorbroek en scheuren als een bezetene achter de wijven aan omdat het libido het lezen wel gezien heeft. Een andere baan, een andere vrouw, een ander zijn kinderen, een andere auto, ander haar, een ander gebit en liposuction over het gehele lichaam. Maar stiekem, als niemand het ziet, nog wel die warmtedeken.
Vijftig: het nieuwe dertig tweepuntnul.

Zo’n kerel, dat ben ik. Schijnt zo. Verse toetreder tot de 50+ generatie. Weken voor de heuglijke dag werd ik zorgvuldig dagelijks en op ludieke wijze aan de komende mijlpaal herinnerd door een collega. Een jongere, wel te verstaan. Mijn vier zoons keken allen bedenkelijk bij het horen van de leeftijd en raakten verward omdat ik eigenlijk ook ‘opa’ genoemd kon worden. Mensen riepen me na op straat en het regende offertes voor uitvaarten, want Google wist ook dat ik ging verjaren. Ik kreeg een mooie aanbieding van de omroep MAX.

Ja, vijftig dus. Wat onwennig kijk ik om me heen. Die midlife crisis is geen lol aan te beleven. Door mijn onstuimige levenswijze had ik die al op mijn vijfendertigste. Het motorrijbewijs is inmiddels niet meer dan een vermelding ergens. Streepjes op de huwelijkskalender heb ik al genoeg en dat lichaam ach, het leeft nog zorgeloos gelukkig. Wat papperig weliswaar, maar alles doet het nog goed, maakt u zich geen zorgen. De corpulentie valt meesterlijk te verhullen onder ruim zittende colbertjes. En o ja, ik heb een leuke baan.

Ja die vijftig, die voel ik soms wel even hoor. Lichamelijk in ieder geval, na partijen voetbal of tikkertje drie trappen op en af met zonen. Maar de jongen met de knikkers op straat, de wijsneus in de klas en de verlegen basketballende puber zijn versies van mezelf die nog vlak onder de huid zitten. De adolescent met zijn grote mond en de kereltjes in de twintig, dertig en veertig; allen zijn nog aanwezig dankzij een leven zonder wezenlijke reminiscentiebult. En dat is mooi. Ze maakten me tot wie ik nu ben. Met dank aan u, als invloedrijke figuur mij leerzame ervaringen toebedelend.

Het lijkt me verreweg de beste oplossing dat ik er gewoon mee doorga, dat leven. Met vier kinderen en een hoofd vol elastische plannen heb ik helemaal geen tijd om oud te worden, ondanks die rimpels. Die mosterd smeer je maar op een plek waar het brandt. Zorg eerst maar dat je het haalt.
Vijftig, mooie leeftijd.
 
 
image2