Wij tegen zij

‘Heb je het gelezen?’
– ‘Wat?’
‘Nou, die aanslag.’
– ‘O, die in Frankrijk bedoel je?’
‘Nee man, dat was vorige week. Ik bedoel die in Engeland van vanmorgen.’
– ‘O, in Engeland?’
‘Ja. Engeland.’
– ‘Oh. Alweer een?’
‘Ja. Alweer.’
– ‘Veel doden?’
‘Nee. De bom ging te vroeg af geloof ik. Zeven doden. Wel veel gewonden.’
– ‘Oh, valt mee dit keer gelukkig. Maar het wordt steeds gekker. Alweer een.’
‘Ja, alweer. Je kunt straks nergens meer naar toe.’
– ‘Ja precies. En dat allemaal om het geloof.’
‘Geloof jij eigenlijk?’
– ‘Ik geloof dat jij straks de koffie betaalt.’
‘Ja, het is mijn beurt geloof ik hé?’
– ‘Ik geloof van wel.’
‘Misschien moet er eens een nieuw geloof komen. Al die oude boeken waarvan ook nog eens geen vertaling meer klopt.’
– ‘Ja haha. Een geloof waar je geen bommen mag gebruiken graag.’
‘Ja, en wel sex mag.’
– ‘Mogen ze geen sex dan van die geloven?’
‘Nee geloof het niet.’
– ‘Je moet niet alles geloven man.’
‘Nou volgens mij gooien ze daarom van die bommen. Ze krijgen geen liefde.’
– ‘Ze houden alleen van zichzelf denk ik.’
‘Haha. Bah.’
– ‘Het grappige is dat het ene geloof het andere minderwaardig vindt. Zo van: wat ik geloof is goed en wat jij gelooft is onzin.’
‘O ja. Zoiets als Sinterklaas? Daar geloven ook veel mensen in. Alleen zijn ze dan wel vrij jong.’
– ‘Jij snapt er ook geen pepernoot van hè?’
‘Nee jij snapt het niet. Ik geloof dat ik het wel snap.’
– ‘Nee jij snapt het niet. Wat snap jij dan?’
‘Ik snap dat je best onzin mag geloven. Ik zie het elke dag op TV.’
– ‘Ja, ja, ja.’
‘Ik snap dat ook dat elk geloof zoveel mogelijk medestanders wil.’
– ‘Waarom dan?’
‘Nou, dan is de partij mooi groot. En dan kan je anderen overheersen.’
– Zie je wel, jij snapt het niet.’
‘Hoezo?’
– ‘Nou, als de partij zo groot mogelijk moet worden dan is het uiterste geval dat iedereen hetzelfde geloof heeft als er uiteindelijk een geloof wint.’
‘Oh, zo bedoel je. Dan kun je alleen jezelf nog overheersen.’
– ‘Ja precies.’
‘Dan komt er wel weer een nieuw geloof.’
– ‘Moeten ze wel een oud boek hebben.’
‘Ik vind die geloven wel best. Misschien wat ouderwets. Die oude boeken snappen alleen de huidige samenleving niet.’
– ‘Nee, duhuh. Het zijn geen science-fiction boeken.’
‘Nou ja toen wel. Toen ze geschreven werden wel.’
– ‘Dus de huidige sciencefictionboeken zijn de geloofsboeken van de volgende eeuw?’
‘ Ja, ja, ja.’
– ‘Weet je. Dat hele gedoe met die tegenstellingen..’
‘Als je tegen stellingen aanloopt vallen ze om.’
– ‘Jahaa. Oude grap zeg. Wat ik wou zeggen is dat het bij die geloofstegenstellingen helemaal niet om die geloven gaat. Sterker nog, die geloven hebben allemaal één raakvlak; het geloof in een opperwezen en daaruit voortvloeiende gedragsregels om het goede van het kwade te scheiden.’
‘Dus waarom maken ze dan ruzie, tot bomgordels aan toe?’
– ‘Nou ja omdat het dus helemaal niet om het geloof gaat. Net zoals het bij racisme niet om de huidskleur gaat.’
‘Om nog even wat aan te roeren.’
– ‘Ja. Het gaat niet om christen-moslim, blank-zwart, homo-hetero, ga zo maar door. Het gaat om het bewust benadrukken van een verschil.’
‘Zoals Feyenoord-Ajax?’
– ‘Nou ja, eigenlijk wel. Bij al deze voorbeelden kun je een gemeenschappelijk element ontdekken toch?’
‘Uhm ja, ik denk het wel. Een totaal gebrek aan respect.’
– ‘Jaaa precies. Het respect is weg en ook goed weg. Tenminste het respect voor elkaar, niet voor jezelf. Je ziet het met die tegenstellingen die ik net noemde. Maar je ziet het ook bijvoorbeeld in een politiek debat, waar alleen de eigen mening telt. Hoezo democratie. Wij tegen zij.’
‘Hm.’
– ‘Je ziet dat de dialoog, ja de retoriek zeg maar, verdwijnt. Iedereen neemt een stelling in en hakt medogenloos op een andere stelling in. Het recht van de sterkste. Dus we streven naar totalitarisme.’
‘Je begint wel erg als een ouwe lul te klinken. Vroeger was alles beter zeker.’
– ‘Neuh. Toen had je kruistochten. En de Spaanse Inquisitie.’
‘Doet me denken aan Monty Python.’
– ‘Jij maakt overal een grap van.’
‘Ja, ja, ja. Dus we willen een nieuw geloof, gebaseerd op een modern boek van deze tijd, waarin het onderscheid tussen goed en kwaad wel bestaat, met als basis wederzijds respect?’
– ‘Zo’n geloof bestaat volgens mij niet. Bovendien zeg ik net dat de problemen alleen maar een uiting zijn van totalitarisme. Dus ook het geloof wordt hiervoor ingezet.’
‘Ja oké. Maar waarom zit het geloof bijvoorbeeld dan nog wel steeds zo verweven in politiek en maatschappij? Je kunt tenminste toch een overduidelijke reden van tegenstelling wegnemen door niet terug te grijpen op eeuwenoude regels? Geen heilige boeken met geëtste waarheden en stellingnames. We kunnen toch beter leven met alleen maar een bepaald respect voor elkaar? Goed naar andere meningen luisteren, beetje terug naar de democratie. En goede dingen doen. Klaar. Met elkaar bepalen wat goed en niet goed is. Laten we daar eens mee beginnen.’
– ‘Amen. Einde. Ik geloof dat jij die koffie betaalde toch? Ach ik doe het wel.’
‘Respect!’