Zorgenkind

Het was een mooi begin na zijn geboorte. Hij hoorde er immers helemaal bij. Zoon nummer vier. Feest, blijdschap, een blauwe wolk. Familie op bezoek. Buren op bezoek. Vrinden op bezoek. Collega’s op bezoek. U kent het wel. We kregen een baby.

Maar vrij snel was het wég bezoek. Een donkere wolk. De standaard aanname dat een baby gezond is, als hij er eenmaal is, bleek ongegrond en in blind vertrouwen. Dat hadden ze er niet bij verteld. Vijf donkere maanden volgden, met boeren, scheten, krampen, huilen, clustervoeding, clusterkotsen, melkpoeder in vele vormen en uiteindelijk uitdroging.

Daar sta je dan met je grote bek. Spoedopname in het ziekenhuis. Ontreddering, je staat er op dat moment zelf bij als een kind. Het ging niet meer. Help ons. We hebben alles geprobeerd. Help ons kind vooral.
Er bleek ook nog een verstopte long aanwezig, dat was gevaarlijk voor zo’n jong persoon. En zo werd het een lange tijd in het ziekenhuis. Een professor van een ander ziekenhuis werd opgeschakeld, omdat hij specialist was. Zeldzaam gevalletje, onze zoon.

Als slagroom op het toetje volgde het onbegrip op het toenmalige werk met de mededeling dat het allemaal mijn probleem was. Los het maar op kerel, maar wél in je eigen tijd. Buren snappen je niet. Vrienden blijven weg want de sfeer is zo zorgelijk en een zieke baby is eng.

Er volgden nog een jaar of vier in het teken van zorg. Natuurlijk, er zijn ergere gevallen. Kinderen gaan dood, komen het ziekenhuis niet meer uit of zijn onaanspreekbaar. Dit kereltje had een voedselprobleem dat overheersend aanwezig was. Allergische reacties van melk tot broccoli. Wel de soepstengel van merk A, maar niet van merk B. Uitzoeken wat wel en wat niet gegeten kon worden. ‘Goede’ lijsten en ‘foute’ lijsten. Apathische reacties. Onderkoeling. Noodartsen aan huis middenin de nacht.

De dagelijkse impact daarvan is vrij groot. Maar vooral de zorgen om een kind, dat niet standaard gezond is zonder dat je er bij nadenkt, verandert je. Je houdt je kind beter in de gaten. Je wordt voorzichtiger en sneller bezorgd, waarbij je trouwens nog erg moet oppassen dat je de andere kinderen hierdoor niet benadeelt. Of je relatie. Of jezelf. Of moeilijk wordt voor je omgeving. Of dat je jaloers wordt op mensen met gezonde kinderen.

Na vier jaar dachten we dat het klaar was. Hij was er overheen gegroeid. Dat later nog bleek, en passent, dat hij zeer slechte ogen had namen we op de koop toe en ach, die bril, die stond hem geweldig.

Maar de zorgen bleven. Hij bleef wat vermoeid. De voetbaltrainer vroeg of hij wel op tijd op bed ging en de leraar noemde hem nog net niet lui. Wij legden maar uit dat hij van ver kwam, het zou wel bijtrekken. Hij was immers beter.

En nu is hij negen. Na toch nog maar weer eens een bloedonderzoek gaan we een nieuwe ronde in. Met nieuwe voedsel- en luchtwegallergiën. Toch niet beter dus. De tijding viel niet lekker.

Toch is het geen triest verhaal maar een sterk verhaal. Het is zíjn verhaal. Ondanks dat hij de berichten nu zelf begrijpt, wint de oerkracht. De zeer slimme en originele mens neemt het voor lief en ziet de voordelen om fitter te worden en, als ik hem moet geloven, wordt hij gewoon de nieuwe voetbalkampioen van Nederland.

Ik geniet van hem. Ik pink een traantje weg en bewonder hem. Want ik weet van hoever hij komt.

U weet het nu ook.
Geniet van uw kind.

 

 

Voorjaar 2018