Helden in de zorg (4)

De zorg is veel in het nieuws, veelal niet zo positief. Mensen in de politiek menen dat het gerechtvaardigd is om te bezuinigen op de zorg. De zorg wordt immers te duur, is een gangbaar credo, terwijl medicijnfabrikanten en zorgverzekeraars hun omzetten en winsten zien stijgen. De bijbehorende toename van macht draagt weer bij aan beslissingen ten aanzien van zorg die niets te maken hebben met empathie of roeping, maar wel met geld.

Een gevaarlijke vicieuze cirkel waarin budgetten van zorgverleners onder druk komen te staan met als gevolg dat er bijvoorbeeld veel meer moet gebeuren in veel minder tijd. Medicijnen raken op door economische redenen. Veel mensen schreeuwen, soms letterlijk, om zorg. Hun budgetten raken ook op door hoge premies en eigen bijdragen. Daarbij komt dat ondersteuning vanuit de overheid voor de zwaksten verschrompelt. De mensen die nog over zijn voor behandeling schreeuwen ook om zorg, zij het vaak agressief en veeleisend. Mondig, noemen we het.

Geen fijn beeld of een wervend plaatje om mensen te bewegen in de zorg te gaan werken. Vreemd, want als we ziek zijn willen we graag verzorgd worden. We willen de best denkbare behandeling. Niet door een onverschillige figuur die tegen wil en dank in het baantje geperst werd door uitkering of taakstraf, of door een voormalig student die met een vertwijfeld ‘dan dat maar’ de zorgstudie koos. Nee, we willen behandeld worden door een goedwillende en betrokken professional. Jammer dat de omstandigheden waarin de betrokken professionals hun werk moeten doen dan achteruit hollen. Nog vreemder is dat belangrijke beslissingen ten aanzien van zorg vaak worden genomen door mensen die geen zorg nodig hebben. Nog niet.

In dit duistere beeld van zorg die bevriest in dikke ijslagen van kille strategen was er toch een lichtpunt, verzorgd door het Martini Ziekenhuis te Groningen. Wat mijn zoon precies had is niet zo belangrijk. Nou ja, voor hém wel. Hij maakte er zich wat druk om. Verbaal sterk als hij is maakte hij het duidelijk. Een jongen in gesprek met de arts, ik als toeschouwer ernaast. Een mooi beeld.

De arts luisterde goed en ze stelde hem gerust. Hij moest een klein onderzoekje ondergaan en door haar persoonlijke inspanning kon dat al een uurtje later plaatsvinden, om zijn onrust weg te nemen en hem niet te lang in spanning te laten. Ze nam hartelijk en zichtbaar tevreden afscheid.
Ook de mevrouw van het onderzoekje was alleraardigst. Het was zo klaar. Blij konden we naar huis.

Aan het eind van de middag ging de telefoon. Het was de arts. Ze wou mijn zoon nog even vertellen dat hij zich niet druk moest maken en zij er alles aan zou doen dat het goed kwam. Ik kneep even in mijn arm. Nee, het gebeurde echt.

Toen de, helaas onvermijdelijke, operatie eenmaal daar was en het herstel na de narcose wat tegenviel moest de jongen zelfs een nachtje blijven. Door het ‘rooming-in’ beleid van het ziekenhuis schoven ze een bed bij en sliep zijn moeder gewoon naast hem. Verpleegkundigen gaven rust als wij paniekerig waren en bleven geduldig ook als wij dat niet waren. De volgende dag kregen we per telefoon toch nog even wat controle-vragen en tips. Om zeker te zijn dat het goed ging.

We schrijven eind 2016. In de kakofonie van geldwolven, ministers, bezuinigingen, stress en werkdruk voert een arts een fantastisch gesprek met mijn kind en belt even naar huis om te zeggen dat hij rustig kan gaan slapen. Een kinderafdeling waar een huiskamer is met piano en Playstation. Verpleegkundigen die zo lief zijn voor de kinderen (maar het wel heel druk hebben). Geen fictie. Feiten. Een real-life bewijs dat zorg mensenwerk blijft. Geef mensen kans op zorg en laat zorgverleners hun werk doen, met behoud van motivatie. Bezuinig dat goede dat er nog is niet meer weg.

Helden, die mensen in de zorg.

 
 
img_4732-1