Zwak leiding geven

Woedend stond hij voor me. Het veld was dampig, hij vulde het mooi aan met de stoom uit zijn oren.
‘Als mensen geen zin hebben om te trainen, dan moeten ze niet komen!’ bulderde hij.

Ik kon hem geen ongelijk geven. Gezamenlijk sporten moet a priori leuk zijn. Er zijn mensen die menen dat sporten met een groep mensen de inmiddels rudimentair aanwezige overlevingsprocessen moet aanwakkeren. Nou ja, kijkend naar televisiebeelden worden deze gevoelens in ieder geval regelmatig gesublimeerd en lijkt het of juist een soort gecultiveerde oorlogsvoering doel is van het spelletje. Menig ouder langs de lijn ervaart deze emotie ook. In alle eerlijkheid; zelf stond ik ook naast mijn zoon mee te brullen in het stadion van de lokale voetbalclub, afgelopen zondag. Dus naast het plezier zijn emoties van een ander pallet blijkbaar ook belangrijk. Maar ja, het ‘geen zin’ dat ik net hoorde getuigde van een laksheid die in geen enkele analyse zou passen.

Het leek me geen zinvolle overweging om aan deze woedende trainer mee te geven. Hij beende heen en weer, kluiten modder vlogen van zijn schoenen.
‘En dan mekaar molesteren, die ene gast gaf die ander gewoon een schop voor zijn kont!’
Ik schoot in de lach. Kontschoppen kreeg ik thuis ook en na jaren met opgroeiende voetballers te zijn geconfronteerd kwam het bij mij herkenbaar over.
‘Je lacht erom??’
Ik moest even oppassen. Dit hielp niet echt. De man was net begonnen als trainer en had er zelfs een diplomaatje voor behaald. Zijn wereld stond blijkbaar op zijn kop.

‘Zal ik je even helpen, de volgende keer?’ vroeg ik gemoedelijk, ‘die gasten kennen mij al veel langer en misschien kan ik je even helpen. Met z’n tweeën voor de groep helpt misschien ook wel even.’
Hij keek me aan alsof ik net mijn broek had laten zakken.
‘Ik neem aan dat je het goed bedoelt,’ zei hij met een donkere stem, ‘daar ga ik wel van uit.’
Ik wilde eigenlijk weer lachen, maar hield het bij een open mond.

‘Het is een enorm teken van zwakte als jij naast me gaat staan voor de groep,’ begon de trainer zijn betoog. ‘Die jongens gaan dan over me heen lopen. Je moet ze wel laten zien wie de baas is. Ik heb jarenlang gewerkt als manager, en daar zag je het ook. Eén moment van zwakte en je kunt wel inpakken. Als leider moet je sterk zijn. Anders word je afgemaakt.’

Ik was beduusd. Mijn wereld van Agile werken, met authenticiteit, autonomie en een faciliterende stijl van leiding geven hoog in het vaandel, leek opeens ver weg. Kennelijk bestond er een heel andere wereld dan die waarin ik leefde en werkte. De trainer interpreteerde mijn zwijgen blijkbaar reeds als zwakte want hij beende boos weg.

Lang bleef ik langs de lijn staan, kijkend naar een leeg voetbalveld. Ik dacht aan de training van de vorige week, waarin ik vroeg waar ze zin in hadden of die keer dat het warm was en we flessenvoetbal gingen doen. Even los van strakke trainingsschema’s die door de club werden aangedragen. Ik dacht ook even aan die keer dat ik stond te kotsen bij de doelpaal, omdat de Chinese maaltijd onverteerbaar leek. Een ultiem teken van zwakte, zo’n kotsende trainer. Toch wonnen we die zaterdag erop.

Opnieuw die parallel van de voetbal- en de werkwereld. Je zwakte laten zien kon ik inmiddels in beide werelden gelukkig. Zwak leiderschap. Heerlijk.