Bepaald klein was het jongetje, hoewel hij dezelfde leeftijd had als zijn zwemgenoten. De ouders stonden langs de rand van het zwembad, wachtend op een teken van de zwemjuf. Het teken kwam. Vol overtuiging sprongen ze. Schaterend keken de kinderen om. Ouders zwaaiden en een enkeling stak de duim omhoog.

Ook het jongetje keek lachend om, maar zijn vader was al op weg naar de koffie. Zijn kunstmatig brede schouders verdwenen juist met flinke vaart om de bocht. De lach zakte even weg bij het jongetje. Hij keek naar de batterij ouders en zwaaide toen maar naar hen terug. Het was surrogaat-zwaaien, maar zo deed hij toch even leuk mee. Zijn lach verscheen weer.

Achter glas stond een rij stoelen opgesteld waarop ouders konden plaatsnemen om de vorderingen tijdens de zwemles te aanschouwen. Een rij van tien mensen. Allen gebogen over het mobiele apparaat met internetverbinding. Kinderen zwaaiden vanuit het bad, het werd ternauwernood opgemerkt. Een moeder zwaaide uitbundig terug, maar raakte per ongeluk een andere ouder, die daardoor bijna het mobiele apparaat met internetverbinding uit de hand liet vallen. Als blikken konden doden.

Het jongetje deed erg zijn best en zwaaide ook bij herhaling naar zijn vader. Maar de man zag het niet. Na aanvankelijk driftig een kinderspelletje te hebben voltooid op de mobiel, stond hij bij de ingang van het zwembad rokend te bellen. Het was een grappig gesprek, zijn lach klonk door tot de rij ouders. Die waren inmiddels ‘en groupe’ verwikkeld in een brallerig gesprek over vakanties, zwaar gelardeerd met salvo’s ‘hoh-hoh-hoh!’ Het was gezellig tijdens de zwemles.

Na de les stonden de ouders weer aan de badrand en kwamen de kinderen enthousiast aanzwemmen. Kinderen werden ruw omhoog gehesen door ouders, met een hand. In de andere hand zat de mobiel immers.

Het jongetje wachtte op zijn vader, die hem uit het water zou hijsen. Maar vader bleef aan de waterkant staan.
‘Douchen.’ Meer zei hij niet. En hij draaide zich om, turend op het schermpje, dat fel werd verlicht.

Onder de douche lachten de kinderen. Ouders riepen ongeduldig, met een handdoek over de arm geslagen. Hun adem stonk naar koffie en tosti’s.

Inmiddels was het jongetje verdronken.